"Je kunt de problemen van Molenbeek pas oplossen als je ze durft te benoemen"

Inleiding: Als iemand onaangename dingen schrijft over Marokkanen, moet je altijd naar zijn bedoelingen kijken, vindt Malika Saissi. Ik heb trouwens veel meer geschreven dan dat, zegt Annalisa Gadaleta.

 

Wouter Woussen (De Standaard, 28 januari 2017)

 

Vooraf: Eind vorig jaar beschreef de Molenbeekse schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden, Annalisa Gadaleta (Groen), in een boekje de problemen van haar gemeente: achterstelling, maar ook onwetendheid, grote gezinnen en de nefaste gewoonte om gehoorzame bruiden te halen uit Marokko. De socialistische oppositie verweet Gadaleta dat ze Marokkaanse moeders afschildert als legkippen en noemde haar extreem-rechts. Een lokale Ecolo-kabinetsmedewerker noemde zich geschokt en gekwetst en vroeg excuses. Gadaleta was wekenlang niet bereikbaar. Vandaag gaat ze in gesprek met Malika Saissi, een Marokkaanse moeder van vier met gelijkaardige bekommernissen als Gadaleta.

 

'Als ik het toch met één ding oneens ben, Annalisa, is het waar je beschrijft dat Marokkaanse vrouwen veel kinderen krijgen om minder belastingen te betalen. Dat is een verhaaltje dat al lang wordt verteld, maar het klopt niet. Daarvoor is een kind grootbrengen veel te duur.' Terwijl ze het zegt, legt Malika Saissi vriendschappelijk haar hand op de bovenarm van haar gesprekspartner, Annalisa Gadaleta (Groen), schepen van onder meer Leefmilieu en Nederlandstalige Aangelegenheden in Molenbeek.

 

De twee vrouwen kennen elkaar al tien jaar. Gadaleta heeft in de raad van bestuur gezeten van gemeenschapscentrum de Vaartkapoen, waar Saissi al bijna twintig jaar culturele activiteiten organiseert, vooral voor Marokkaanse vrouwen. Ze bewonderen elkaar. 'Als er iets goeds gebeurt in Molenbeek, zul je vaak zien dat het initiatief komt van vrouwen zoals Malika.' 'Ik ben trots op Annalisa, omdat ze de problemen benoemt zonder mensen te veroordelen.'

 

Gadaleta kwam eind vorig jaar in een storm terecht door 'Entretien à Molenbeek', een interviewboekje van 50 pagina's dat volgens tegenstanders en bondgenoten stigmatiserende passages bevatte, bijvoorbeeld over Marokkaanse mannen die graag een gehoorzame bruid halen uit hun land van herkomst en over Marokkaanse moeders die 'fiscaal gestimuleerd worden' om grote gezinnen te stichten. Na weken mediastilte preciseert Gadaleta aan Saissi, zelf een Marokkaanse moeder, wat ze daarmee heeft bedoeld. 'De belangrijkste vraag is of het nog van deze tijd is dat de Belgische overheid grote gezinnen fiscaal bevoordeelt. Wie is daarbij gebaat? De bevolkingsdichtheid van het armste deel van Molenbeek is nu al te groot. Het is zeker ook niet goed voor de maatschappelijke positie van de moeders.'

 

'Soms wil iemand gewoon veel kinderen', repliceert Saissi, die uit een gezin met twaalf kinderen komt. Zelf heeft ze er vier, maar als het economisch haalbaar was geweest had ze er net zo goed tien gewild. De suggestie dat ze dan niet had kunnen doen voor Molenbeek wat ze vandaag doet, wuift ze weg.

 

Het boek bevat veel anekdotes over de Marokkaanse gemeenschap 'van een vriendin'. Bent u die vriendin?

Saissi: 'Nee, maar het had gekund. Het ghetto, de economische toestand van Molenbeek, terrorisme, onwetendheid, de taboes, de weerstand die Annalisa beschrijft, ik had het net zo goed kunnen schrijven. Ik had er nooit zoveel kritiek voor gekregen, omdat ik zelf Marokkaans ben. Annalisa is hier al net zo lang aan het werk als ik. Haar ervaringen zijn reëel.'

 

Zijn er passages die u gechoqueerd of gekwetst hebben?

Saissi: 'Je kunt de problemen van Molenbeek pas oplossen als je ze durft te benoemen. Waar zal Molenbeek beter van worden: dat Annalisa haar excuses aanbiedt, of dat we samen oplossingen zoeken voor de problemen die ze beschrijft? Weet u wat het grootste probleem is met dat boek? Dat Annalisa meer had moeten vertellen over het goede werk dat zij hier doet. Ze is te bescheiden geweest.'

 

Gadaleta: 'Ik begrijp nochtans heel goed dat er mensen gechoqueerd waren. We leven in een tijd van toenemende spanningen. De xenofobie neemt toe, de aanvaarding van moslims neemt af. De Marokkaanse gemeenschap in Molenbeek zit er niet op te wachten om nog maar eens een paar onprettige vaststellingen te lezen.'

 

Hebt u mensen gehoord die wel geschokt waren?

Saissi: 'Ik heb vrouwen gehoord die in alle staten waren: “Heb je gehoord wat Gadaleta ons nu heeft gelapt?” Mijn eerste vraag was of ze dat boekje ook gelezen hadden. Je moet elk boek lezen zoals de Koran: niet door er die ene zin uit te lichten die jou goed uitkomt. Annalisa spreekt in dat boekje toch ook over 'mes amis musulmans', haar moslimvrienden? Onprettige vaststellingen kunnen nuttig zijn. Als een Franse journaliste vaststelt dat in een Parijs banlieue vrouwen niet welkom zijn op café, kun je dat schokkend vinden. Je kunt het ook zien als een kans om daar iets aan te doen. Door al die heisa zijn we daar nog niet toe gekomen.'

 

Bent u selectief geciteerd?

Gadaleta: 'Het boek is veel genuanceerder dan die paar citaten. Ik vertel ook een anekdote over een Marokkaanse vriend van de tweede generatie die anesthesist is geworden, terwijl hem op school was aangeraden om loodgieter te worden. Het verhaal is altijd genuanceerd. Ik beschrijf hoe het talent van jongeren met een migratieachtergrond onvoldoende benut wordt, maar ik schrijf ook dat er kansen zijn.'

 

Saissi: 'Daar hamer ik ook altijd op. Niet iedereen krijgt evenveel kansen, maar ze zijn er. Jonge mensen moeten beseffen dat ze politici, dokters en journalisten kunnen worden. Als hun achtergrond en hun geloof niet tegen hen gebruikt worden, zullen ze dat ook beseffen en kansen grijpen.'

 

Waarom kreeg u het verwijt extreem-rechts te zijn?

Gadaleta: 'Omdat links in Molenbeek te lang een deel van het probleem genegeerd heeft. De PS heeft hier lang gezegd dat je jongeren een job moet geven en dat alle problemen dan opgelost zijn. Natuurlijk moet je jongeren werk geven. Daar begin ik zelfs niet over te discussiëren. Maar als ze een identiteitscrisis hebben die tot radicalisering kan leiden, mag je dat ook niet negeren. Als je nooit je best hebt gedaan om die jongeren een genuanceerde wereld te tonen, moet je niet schrikken als ze alles zwart-wit gaan zien.'

 

Saissi: 'De oplossing voor Molenbeek zal niet komen van politici die om één of andere reden niet met elkaar willen samenwerken. Ik wil met iedereen samenwerken. Als ik daarmee voor elkaar krijg dat alle Molenbeekse kinderen voortaan met een volle brooddoos naar school gaan, wil ik samenwerken met de PS, met Groen, met de N-VA. Als ik maar merk dat ook zij willen samenwerken om de problemen willen oplossen en niet om vruchteloze discussies te voeren over de hoofddoek of over een kerststal.'

 

Annalisa Gadaleta kwam van Zuid-Italië naar België 1994. Ze hield van een Belg en is later ook van België gaan houden. 'In vergelijking met de meeste nieuwkomers had ik het gemakkelijk. Ik had een diploma en een levensplan. België is een goed land. De sociale zekerheid en de gezondheidszorg zijn hier beter dan in Italië. Toen mijn moeder op kraambezoek kwam, zei ze dat de ziekenhuizen hier wel hotels lijken. Als je in Italië je werk verliest, ben je slechter af dan hier. Maar ik ben ook op vooroordelen gestoten. Toen ik schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden werd, was er wantrouwen of ik als Italiaanse de Vlaamse tradities wel kon begrijpen.'

 

Dat valt wellicht mee in vergelijking met hoe een Marokkaanse familie in de jaren zestig werd ontvangen.

Saissi: 'Het was anders. België heeft onvoldoende in mijn ouders geïnvesteerd, zelfs niet om ze te leren lezen en schrijven. Dat is een enorme gemiste kans. Die mensen waren tolerant en breeddenkend – beeld je maar eens in dat je naar een ander land gaat wonen om er te werken. Mijn moeder kleedde zich Europees om erbij te horen, maar ze hoorde er niet bij. Als kind leerden we om ons niet te laten opmerken, om voor alles onze excuses aan te bieden. Van alles wat ik van mijn vader geleerd heb, is dat het enige wat ik heb afgezworen. Mijn man is ook een nieuwkomer, maar ik wil niet dat hij zich gedraagt zoals mijn vader. We hebben net zoveel rechten als andere Belgen.'

 

Gadaleta: 'De Italianen die al in de jaren veertig kwamen, hadden gelijkaardige problemen. Men wilde niet dat ze Frans leerden, uit angst dat ze bij de vakbonden zouden gaan. Maar er is een belangrijk verschil. Ze kwamen in een periode van economische groei, waardoor ze zich konden opwerken voor het slechter begon te gaan in de jaren zeventig. De Marokkaanse families die dat geluk niet gehad hebben, wonen nu in Molenbeek.'

 

Wie het zich kan permitteren, verlaat Molenbeek.

Gadaleta: 'Dat blijkt nog altijd uit de statistieken. Een vriend die bij de bank werkt, vertelde mij onlangs dat middenklassers hier minder willen investeren in vastgoed. Soms kan ik ook begrijpen dat mensen vertrekken. Als mensen met jonge kinderen vertrekken omdat ze een grotere tuin willen of een minder drukke straat, kun je daar niet veel aan doen.'

 

Waarom zijn jullie gebleven?

Gadaleta: 'Ik blijf uit liefde voor Molenbeek. Liefde betekent niet dat je het met alles eens bent. Liefde betekent dat je samen verder wilt, ook als het moeilijk gaat.'

 

Saissi: 'Ik heb hier zoveel geleerd, zoveel goede mensen ontmoet, dat ik nergens anders wil wonen. Maar voor mijn kinderen ligt het ingewikkelder. Toen mijn jongste zoon ging solliciteren, heeft hij “Brussel” op zijn cv geschreven. De oudste zit op kot en studeert kine aan de VUB. Hij heeft een gemengde vriendengroep en een Vlaamse vriendin.'

 

Waarom zijn er eigenlijk zo weinig gemengde koppels in Molenbeek?

Saissi: 'Daar is geen eenvoudig antwoord op. Het zijn niet alleen je eigen vooroordelen die dat in de weg staan. Het hangt niet alleen af van mijn reactie op de vriendin van mijn zoon, maar ook van haar omgeving. We zijn blij omdat ze van elkaar houden, maar ik stel mij een hoop vragen. Als ze een kind krijgen, wordt dat dan Mohamed, of Fabien?'

 

Gadaleta: 'Ik kan het weten, Malika: als de liefde groot genoeg is, komt dat wel goed, zelfs als het moeilijk is. Toen mijn man voor het eerst bij mijn familie kwam, keek mijn vader ook dwars door hem heen en we zijn nog altijd samen.'